Actieve participatie decentrale overheid bepalend voor toekomst EU cohesiebeleid

‘De toekomst van het cohesiebeleid is niet de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie, maar van regio's en gemeenten.’ Met deze woorden opende Jyrki Katainen, vicevoorzitter van de Europese Commissie, op 28 maart het CEMR evenement over de toekomst van het Europees cohesiebeleid. Naast de Eurocommissaris kwamen Europarlementariërs, regionale bestuurders en burgemeesters bijeen om te discussiëren over de toekomst van Europa’s grootste investeringsprogramma.
 

Cohesiebeleid onder druk

De Europese cohesieprogramma’s staan, onder meer als gevolg van de Brexit, onder druk. Om die financiële druk te weerstaan, roept Katainen regio’s en gemeenten op om met een antwoord te komen. ‘Ontvangers moeten zich meer eigenaar voelen van fondsen en echt toegewijd zijn aan het behalen van resultaten met cohesiebeleid.’ Om dit gevoel van ‘actief eigenaarschap’ verder aan te wakkeren, ziet Katainen een grote rol weggelegd voor het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI).

Meerjarig financieel kader

Jan Olbrycht, als Europarlementariër medeverantwoordelijk voor de herziening van het Meerjarig Financieel Kader (MFK), bevestigde dat de Brexit gevolgen heeft voor de huidige en toekomstige cohesieprogramma’s. Van het budget dat overblijft zal meer geld naar Europa’s urgentere thema’s zoals migratie en veiligheid gaan. Het huidige systeem van cohesiebeleid zou daar volgens Olbrycht op moeten inspelen door bijvoorbeeld het cohesiebudget voor steden te verhogen. Hij kreeg hierbij steun van Judith Torokne-Rosza, hoofd stedelijke ontwikkeling van de Europese Commissie. Zij verklaarde dat in de volgende periode meer aandacht voor stedelijke ontwikkeling hard nodig is.

Europese meerwaarde

Michiel Rijsberman, gedeputeerde van de provincie Flevoland, benadrukte in zijn bijdrage dat cohesiebeleid zich voortaan moet richten op de grote onderwerpen waar lidstaten en Europese instellingen elkaar in vinden. Daar waar een Europese meerwaarde voor alle betrokken partijen zichtbaar is, ontstaat een duidelijk gedeeld belang om met cohesiefondsen voor resultaten te zorgen. Het Europees investeringsprogramma moet een middel zijn om de doelen van de EU te bereiken, zichtbaar voor alle Europeanen. Tegelijkertijd dient cohesiebeleid ingezet te worden voor het creëren van solidariteit tussen alle Europese regio’s en steden, merkbaar bij iedere Europese inwoner.

Stem van regionale en lokale overheden

In reactie op de oproep van Katainen stelde CEMR vicevoorzitter Petr Kulhánek, dat regio’s en steden niet gegijzeld mogen worden door de besluiten van de lidstaten. Lokale overheden moeten als tegenprestatie een duidelijkere stem krijgen in het beslissingsproces. CEMR’s woordvoerder voor cohesiebeleid Carola Gunnarson voegt daaraan toe dat cohesiebeleid essentieel is voor territoriale ontwikkeling en het verminderen van ongelijkheden.

Ambassadeurs

Volgens Lambert van Nistelrooij, Europarlementariër voor regionale ontwikkeling, ligt de crux voor het veiligstellen van cohesiebeleid bij betere communicatie. Cohesiebeleid heeft ambassadeurs nodig die de resultaten van de fondsen voortdurend communiceren naar de burger en bij hen ook reacties ontlokt. Niet alleen direct nadat een project succesvol is gelanceerd, maar ook vijf jaar later.

Thematische indeling

Nicolas De Michelis, kabinetschef van Eurocommissaris voor regionaal beleid Corina Cretu, kwam vervolgens tot de conclusie dat cohesiebeleid niet voor alle Europese doelstellingen gebruikt hoeft te worden in de toekomst. Er zal vermoedelijk een meer thematische indeling van fondsen komen. Het belangrijkste doel van cohesiebeleid is dan niet langer de convergentie van inkomensverschillen, maar het verbeteren van de levenskwaliteit van alle Europeanen.

Door:

Tim Slierings en Ilse Buijs, Huis van de Nederlandse Provincies

Bronnen:

Persbericht, CEMR
Nieuwsbericht, Euractiv